We blijven nog een dagje, het weer staat ons niet zo aan. Het is een beetje buiïg.

Einde van de middag zien we dat Bert met de Galu Galu er aan komt. Snel maken we plaats aan de steiger zodat hij achter ons kan liggen. Gezellig om hem weer te zien. Hij lag ook in Messolonghi en heeft goed op onze boot gepast, maar was al weg toen we in april terug op de boot kwamen.
We lopen even langs de Gan Eden, die zien we elke keer op de AIS in de buurt. We kenden ze nog niet, maar zo worden het bijna bekeden als je elke keer de bootnaam voorbij ziet komen. Zo heb je ineens een heel gezellige borrel, we gaan elkaar vast nog vaker zien.
‘S nachts komen er vanuit het niets ineens flinke valwinden uit de heuvels. We zijn blij dat we in de haven liggen en de wind recht van voor komt. Zo liggen we toch rustig.
De volgende ochtend willen we verder. Eerst een kadekoffie met de bemanning van de New Wave (ook nl) en de Sunrise (duitsers) en Galu Galu. Bert heeft er speciaal heerlijke appeltaart voor gebakken. Dan isvhetvtoch tijd geworden om te gaan, altijd lastig als het gezellig is.
Er is al wat wind en we worden zo van de kade weg gewaaid. Buiten de haven grootzeil en screacher erop en de eerste mijlen rond Monemvasia zeilen we heerlijk. Dan zakt de wind en onze snelheid in.


Niet veel later staat de wind de andere kant op. We gaan de baai van Kiparissa in. Daar zouden we goede beschutting hebben voor de voorspelde zuidwestelijke wind. Voor de huidige noordoostelijke wind liggen we aan lager wal en dat is nooit fijn. Toch vinden we een plek waar het wel gaat, het is niet zo erg als in Koroni. Laat op de avond wordt het deze keer wel rustig. Vanaf de boot ziet Kiparissa er schilderachtig uit.

